Meer en langer rugpijn door röntgenfoto

Meer en langer rugpijn door röntgenfoto

Wetenschappelijk onderbouwde expertises met adviezen Activerende begeleidingen naar werkhervatting Cursussen rondom ziekteverzuim

Meer en langer rugpijn door röntgenfoto

rontgenfoto rug bekijken

Wanneer een patiënt met rugpijn bij de medisch specialist terechtkomt, verviervoudigt de kans op langdurig ziekteverzuim. Een uitkomst die niet alleen toegeschreven kan worden aan de ernst van de aandoening, volgens het onderzoek van Heijens e.a.. Door meer gedetailleerd lichamelijk en beeldvormend onderzoek en bespreking van de uitkomsten daarvan met de patiënt, wordt de chroniciteit van rugklachten eerder verankerd.

Pijn is niet het meest bepalend

Zeker niet iedereen met pijn in de rug zoekt medische hulp. Daarbij is de ernst van de rugpijn in de eerste maanden veelal niet het meest bepalend om wel of geen hulp te zoeken. Uit studies blijkt dat mensen met rugpijn vooral uit angst en onzekerheid een arts of therapeut bezoeken. Hoe sterker de biomedische oriëntatie van deze behandelaar en hoe minder aandacht voor psychische en gedragsmatige factoren, des te meer kans dat het fout gaat.

Foto’s zorgen voor onrust

Langer aanhoudende rugpijn zien we als objectiveerbaar, wanneer via een röntgenfoto, MRI of scan veranderingen in de rug zichtbaar zijn. De medisch specialist laat bij de patiënt met rugpijn in de meeste gevallen beeldvormend onderzoek uitvoeren. In richtlijnen en publicaties wordt ervoor gepleit daarin erg terughoudend te zijn. Niet zozeer vanwege de hoge stralingsbelasting, maar vooral door het vaak ‘ongelukkig’ communiceren van de specialist over de uitkomsten van het onderzoek. Het bericht dat de foto wel wat veranderingen laat zien (wat je overigens ook bij personen zonder rugpijn kunt verwachten) vormt een voedingsbodem voor catastroferende gedachten bij de patiënt. Ook de boodschap: “Er is niks te zien op de foto”, ervaart de patiënt niet als geruststellend.

Catastroferende gedachten geven meer pijn

In een recente publicatie beschrijven Taub e.a. een studie, waarbij een deel van de rugpijnpatiënten bewust ‘catastroferende’ informatie van een psycholoog kregen. De boodschap aan de rugpijnpatiënt was zich voor te stellen dat het er iets niet goed zit in de rug, dat hij daarvan op verschillende terreinen hinder kan ondervinden en dat hij daarom bij activiteiten rekening moet houden met de rugpijn. In deze studie is aangetoond, dat deze informatie tot gevolg heeft dat niet alleen de pijn in de rug erger wordt, maar dat zelfs de algehele pijngevoeligheid toeneemt. Mechanische prikkels (zoals lokale druk) die dan ook op andere locaties in het lichaam worden toegediend, worden sneller als pijnlijk aangemerkt. Catastroferende gedachten zetten het netwerk waarin sensorische prikkels worden verwerkt, op scherp.

Door röntgenfoto meer pijn, meer beperkingen en meer zorg nodig

Bij rugklachten die langer dan een maand aanhouden laten medisch specialisten, andere artsen en behandelaars bij voorkeur beeldvormend onderzoek uitvoeren. Niet alleen om de patiënt, maar ook om zichzelf gerust te stellen. Kendrick e.a. hebben onderzocht of dat voordelen biedt. Patiënten met minimaal zes weken (aspecifieke) rugpijn werden ad random verdeeld over twee groepen: een waarbij wel een röntgenfoto werd gemaakt en een waarbij dit niet werd gedaan. In 70% van de gevallen liet de foto veranderingen zien. Meestal waren deze ‘afwijkingen’ leeftijdgerelateerd (bv. 70% discusdegeneratie), wat in neutrale termen met de patiënt werd besproken. Vervolgens kreeg iedereen de behandeling die nodig was. Uitkomst was dat de groep waarbij een foto was gemaakt, zes weken later meer pijn en sterkere beperkingen had en veel meer zorg consumeerde, in vergelijking tot de groep zonder foto. De bevindingen van de röntgenopname droegen niet bij aan een meer gerichte aanpak, maar wakkerden de klachtenbeleving juist aan. Desondanks waren de patiënten waarbij wel een foto was gemaakt, tevredener over het beleid dat was gevolgd. Ze waren blij dat het goed was uitgezocht. Een opvallende uitkomst: door het beleid dat is gevolgd, ben je slechter af, maar je bent wel content met die aanpak.

geruststelling do dontsGeruststelling het allerbelangrijkst bij angst

Wanneer (irrationele) angst sterk bepalend is voor de klachtenbeleving en het beloop van veel aandoeningen, verdient geruststelling in de behandelkamer een prominente plaats. Een belangrijke vaardigheid van de arts/therapeut, die helaas weinig of niet is ontwikkeld. Vaak blijft het bij: “Wij zien geen afwijkingen”, “Ik kan niks voor u doen” of “Meestal gaat dit vanzelf over”.

Hoe stel je de patiënt gerust?

Geruststelling is een uiterst gerichte actie die wordt ingezet om bij de patiënt angst de kop in te drukken en overtuigingen te veranderen, om daarmee het herstelgedrag te verbeteren. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen affectieve en cognitieve geruststelling.

Affectieve geruststelling

De arts of behandelaar stelt zich empathisch op en toont begrip voor de angsten en onzekerheden van de patiënt. Hij vraagt uitgebreid uit waar de patiënt bang voor is en stelt hem gerust.

Cognitieve geruststelling

De arts of therapeut stelt zich neutraal op, geeft concrete informatie over de aandoening en instructie hoe met de problemen om te gaan.

dokter stelt patient gerustGeruststelling zorgt voor een veel betere prognose

Traditioneel is communicatie over uitkomsten van onderzoek meestal eenrichtingsverkeer en waar de patiënt zich zorgen over maakt komt dan niet aan bod. De boodschap dat klachten meestal vanzelf over gaan, bevordert passiviteit. Hasenbring e.a. hebben vastgesteld dat het geven van algemene/uniforme informatie over het te verwachten beloop van de aandoening, ter geruststelling contraproductief is. Wat wel werkt, is terughoudend zijn in het aanbieden van een behandeling, het wegnemen van de vrees die bij de patiënt leeft en heldere adviezen geven over een actieve aanpak, die is toegesneden op de specifieke omstandigheden van de patiënt. Dit bevordert de zelfredzaamheid. Onderzoek bevestigt dat daarmee de prognose veel beter is en de zorgconsumptie daalt.

Uit mijn eigen praktijk

Schrijvend aan dit artikel heb ik een aantal cliënten met rugpijn gevraagd ‘letterlijk’ te herhalen welke uitslag ze kregen:

  1. “Op de MRI die is gemaakt zien we geen afwijkingen, maar niet alle beschadigingen zijn zichtbaar op een MRI.”
  2. “Uw nek is versleten, daar kunnen we niks aan doen. We kunnen er tenslotte geen nieuwe stukjes tussen zetten.”
  3. “Het schijfje tussen de onderste wervels is weggesleten.”
  4. “Enkele wervels en uw bekken staan scheef en die moeten recht worden gezet.”

Tips voor de praktijk

  1. Wees terughoudend met het laten uitvoeren van beeldvormend onderzoek.
  2. Ontwikkel je vermogen om gerust te stellen. Zet deze klinische vaardigheid maximaal in, om de pijn, beperkingen en zorgbehoefte van de patiënt te minimaliseren.

Auteur: drs. Jan D. Verhoeven

Lees ook

Wel cognitieve klachten en geen objectieve beperkingen: moet je daar wat aan doen?
Onverklaarde fysieke klachten verklaard
Boosheid en gevoel van onrecht belemmeren herstel bij whiplash


Bronnen:

Heijens MRM, Elders LAM, Burdorf A. Prognostische factoren voor langdurig ziekteverzuim door klachten van het bewegingsapparaat onder verzuimers. TSG/Gezondheidsw. 2003; 81:142–7.

Jensen JC, Haahr JP, Frost P, Andersen JH. The significance of health anxiety and somatization in care-seeking for back and upper extremity pain. Fam Pract. 2012 Feb;29(1):86-95.

Chou R, Deyo RA, Jarvik JG. Appropriate use of lumbar imaging for evaluation of low back pain. Radiol Clin North Am. 2012 Jul;50(4):569-85.

Taub CJ, Sturgeon JA, Johnson KA, Mackey SC, Darnall BD. Effects of a Pain Catastrophizing Induction on Sensory Testing in Women with Chronic Low Back Pain: A Pilot Study. Pain Res Manag. 2017;2017:7892494.

Kendrick D, Fielding K, Bentley E, Kerslake R, Miller P, Pringle M. Radiography of the lumbar spine in primary care patients with low back pain: randomised controlled trial. BMJ. 2001 Feb 17;322(7283):400-5.