De zichtbare schade van inactiviteit bij slijtage en whiplash

De zichtbare schade van inactiviteit bij slijtage en whiplash

Wetenschappelijk onderbouwde expertises met adviezen Activerende begeleidingen naar werkhervatting Cursussen rondom ziekteverzuim

De zichtbare schade van inactiviteit bij slijtage en whiplash

gewrichtsslijtage en whiplash

Soms noemen we iets wat heel normaal is, toch een afwijking. Een voorbeeld daarvan zijn de veelvoorkomende uitkomsten van beeldvormend onderzoek van de wervelkolom. Bij het ouder worden veranderen we niet alleen aan de buitenkant, maar ook in het lichaam. Veranderingen in gewrichten die direct samenhangen met het stijgen van de leeftijd, worden gemakshalve aangeduid als degeneratieve veranderingen. In de volksmond wordt dat ook wel slijtage genoemd, wat een uiterst ongelukkige term is. Bij iemand die kalend is, zeggen we ten slotte ook niet dat zijn haar aan het slijten is.

Een MRI laat bij ongeveer 25% van personen jonger dan veertig jaar, 50% van personen ouder dan veertig jaar en bij 85% van personen van zestig jaar of ouder degeneratieve veranderingen in de nek zien. Gebleken is dat deze veranderingen bij personen zonder nekklachten, net zo vaak voorkomen als bij personen met pijn in de nek. Ten onrechte wekt de term ‘slijtage’ de suggestie dat fysieke activiteit bijdraagt aan het ontstaan van deze veranderingen. Het omgekeerde is eerder waar. Juist inactiviteit is schadelijk voor gewrichten, zelfs ook als er bijvoorbeeld sprake is van een reumatische aandoening. Ook bij een forse degeneratie in de heup of knie, is voldoende lichamelijk activiteit aan te bevelen. Het advies om pijnlijke bewegingsactiviteiten te vermijden of daarbij beperkingen op te leggen, kan dan ook desastreuse bijwerkingen hebben.

Inactiviteit is niet alleen ongunstig voor gewrichten, maar ook voor de samenstelling van spieren. Spieren worden daardoor niet alleen minder krachtig, maar het vetpercentage in spieren neemt ook toe. Deze vetinfiltratie in spieren kan met een MRI worden aangetoond. In onderzoek is op deze manier het beloop na een whiplashtrauma en vetinfiltratie in spieren beoordeeld. Beeldvormend onderzoek bracht bij nader inzien veranderingen in de nekspieren aan het licht. Ongeveer vier weken na een whiplashtrauma vond men nog geen verschil in de mate van vetinfiltratie. Echter, een slecht functioneel herstel na een whiplashtrauma hing samen met een vetinfiltratie in de diepe nekspieren. Veranderingen die zich bij personen met milde pijn en een goed herstel niet voordoen. Ditzelfde onderzoek maakte duidelijk dat wanneer er vier weken na het ongeval PTSS symptomen worden geïdentificeerd, dit aspect het meest voorspellend is voor het ontwikkelen van vetinfiltratie. De verklaring van de samenhang tussen PTSS en het ontstaan van vetinfiltratie lijkt nog erg speculatief. Tegen de verwachtingen in speelt de beweeglijkheid van de nek in dit proces geen rol. Deze uitkomsten sluiten wel aan bij de vaststelling dat lokale spierversterkende oefeningen bij langdurige pijn in de nek zijn aan te raden.

Tips voor de dagelijkse praktijk

  1. Gewrichtspijn die wordt opgewekt door belasten en bewegen, moet in veel gevallen tot het advies leiden juist meer in beweging te komen.
  2. Ook na een whiplashtrauma verklaart een ‘slijtage’ van de nek die dan bij toeval wordt vastgesteld, de klachten gewoonlijk niet.

Auteur: drs. Jan D. Verhoeven

Lees ook

Hoe gaan de Amish om met fibromyalgie?
Schouderklachten bij verpleegkundigen – wat is de werkelijke reden van verzuim?
Fibromyalgie: door inactiviteit op het werk neemt het risico op verzuim toe


Bronnen:
Elliott, J., Pedler, A., Kenardy, J., Galloway, G., Jull, G., & Sterling (2011). The temporal development of fatty infiltrates in the neck muscles following whiplash injury: an association with pain and posttraumatic stress. Public Library of Science One, 6, 1-6.

Holsgaard-Larsen, A., & Roos, E. M. (2012). Objectively measured physical activity in patients with end stage knee or hip osteoarthritis. The European Journal of Physical and Rehabilitation Medicine, 48, 577-85.

Lee, J., Dunlop, D., Ehrlich-Jones, L., Semanik, P., Song, J., Manheim, L., & Chang, R. W. (2012). Public health impact of risk factors for physical inactivity in adults with rheumatoid arthritis. Arthritis Care and Research, 64, 488-93.

Manini, T. M., Clark, B. C., Nalls, M. A., Goodpaster, B. H., Ploutz-Snyder, L. L., & Harris, T. B. (2007). Reduced physical activity increases intermuscular adipose tissue in healthy young adults. The American Journal of Clinical Nutrition, 85, 377-384.

Rao R. D., Currier, B. L., Albert, T. J., Bono, C. M., Marawar, S. V., Poelstra, K. A., & Eck, J. C. (2007). Degenerative cervical spondylosis: Clinical syndromes, pathogenesis, and management. Journal of Bone and Joint Surgery, 89, 1360-1378.

Salo, P. K., Häkkinen, A. H., Kautiainen, H., & Ylinen, J. J. (2010). Effect of neck strength training on health-related quality of life in females with chronic neck pain: A randomized controlled 1-year follow-up study. Health Quality Life Outcomes, 8, 8-48.