Seniorenmoment of toch jong dementerend?

Seniorenmoment of toch jong dementerend?

Wetenschappelijk onderbouwde expertises met adviezen Activerende begeleidingen naar werkhervatting Cursussen rondom ziekteverzuim

Seniorenmoment of toch jong dementerend?

Het begrip ‘seniorenmoment’ wint snel aan populariteit. Deze aanduiding voor een geheugenmisser is voor een vijftigplusser een fraaie manier om niet beticht te worden van onoplettendheid, domheid of onwil. Je kunt er tenslotte niks aan doen dat je ouder wordt, wat gepaard gaat met enig geheugenverlies. Toch moet dit niet te vaak voorkomen, want dan gaan we ons zorgen maken. Is die vergeetachtigheid niet een teken van een beginnende dementie? De troostende woorden: “Zolang je nog niet bent vergeten dat je vergeetachtig bent, valt het nog mee”, lijken een dooddoener. Echter, onderzoek bevestigt dat hier een kern van waarheid in zit.

Mild Cognitive Impairment (MCI)

We spreken van Mild Cognitive Impairment (MCI) wanneer iemand klachten over het geheugen of andere cognitieve functies heeft en deze afwijking objectief is vastgesteld, maar er is (nog) geen sprake van dementie. Mensen met MCI functioneren relatief normaal in het dagelijks leven. Het is belangrijk MCI te detecteren, omdat dit de voorbode van dementie kan zijn. Onderkennen van deze aandoening, biedt de mogelijkheid in een vroege fase gerichte maatregelen te nemen.

Het ervaren van geheugenklachten en de objectiveerbaarheid

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het beloop van de cognitieve functies bij patiënten met de diagnose MCI sterk verschilt. Omdat regelmatig voorkomt dat de problemen stabiel blijven of dat er zelfs een verbetering optreedt, worden de diagnostische criteria van MCI ter discussie gesteld. Het risico op vals-positieve bevindingen is hoog, waardoor de diagnose ten onrechte wordt gesteld. Dit hangt samen met het feit dat er een uiterst zwakke relatie bestaat tussen subjectieve cognitieve klachten en objectief vastgestelde geheugenstoornissen. De meeste mensen met geheugenklachten hebben geen objectiveerbare afwijkingen en bij objectief vastgestelde geheugenstoornissen ervaart betrokkene in veel gevallen geen klachten. De overlap blijkt klein, wat uiterst relevant is voor advies en verder te nemen maatregelen.

Grotere kans op dementie wanneer de omgeving wijst op vergeetachtigheid

In een recent onderzoek van Edmonds e.a. is (wederom) bevestigd dat met betrekking tot het vaststellen van een MCI, het een cruciaal verschil is door wie de geheugenklachten worden opgemerkt. Zelf gerapporteerde cognitieve beperkingen blijken een slechte indicator voor het cognitief functioneren van betrokkene en zijn als voorspeller van achteruitgang van geheugenfuncties onbetrouwbaar. Echter, het opmerken van geheugenproblemen door bijvoorbeeld familieleden of collega’s terwijl betrokkene vindt dat het wel meevalt, is een slechter teken. Het niet beseffen van cognitieve beperkingen, vormt een aanwijzing dat er een grotere kans is dat MCI zich ontwikkelt tot dementie.

De verwachting dat je slechter presteert leidt tot slechtere prestaties

Mensen die cognitieve klachten ervaren die niet te objectiveren zijn, kunnen steeds meer problemen krijgen met de taakuitvoering. Het brein richt daarbij de aandacht op de zaken die niet goed gaan, wat een aanslag vormt op het uitvoeren van taken die veel vergen van werkgeheugenprocessen. Forbes e.a. hebben dit met beeldvormend onderzoek aangetoond. De verwachting dat je cognitief slechter zult presteren, zet in het brein neurofysiologische processen in gang, waardoor de prestaties ook minder goed zijn. Onzekerheid en een laag zelfvertrouwen veroorzaken een top-down verstoring van de informatieverwerkingsprocessen.

Depressieve klachten leiden meestal tot cognitieve beperkingen

Onderzoek heeft verder duidelijk gemaakt dat depressiviteit en angstklachten in samenhang met persoonskenmerken (negatief affect), vaak samengaan met geheugenklachten die in neuropsychologisch onderzoek niet altijd zijn te objectiveren. Dit wordt zowel gezien bij personen zonder MCI als bij patiënten waarbij die diagnose wel is gesteld. Daarbij zijn er aanwijzingen voor een wederzijdse causale relatie tussen psychische klachten en subjectieve cognitieve beperkingen. Op basis van de uitkomsten van een longitudinale studie vonden Schmand e.a. dat bij personen met cognitieve klachten, jaren later vaker depressiviteit werd vastgesteld. Anderzijds leiden depressieve klachten meestal tot cognitieve beperkingen.

Use it or lose it

Ons brein is plastisch en gerelateerd aan het ‘use it or lose it’ principe. Het advies is om vooral ook bij geheugenproblemen de cognitieve processen optimaal uit te dagen. Om daar een extra stimulans aan te geven worden werkgeheugentrainingen aangewend, ook bij MCI. Recent is in Noorwegen een uitgebreide studie opgestart, waarbij ook wordt onderzocht of en in welke mate een Cogmed training bij MCI-patiënten zich vertaalt in neurofysiologische en morfologische veranderingen in het brein. De verwachting is dat de uitkomsten daarvan in 2017 gepubliceerd worden.

De conclusie kan zijn dat in het geval u zich bewust bent van vergeetachtigheid, het waarschijnlijk wel meevalt. Het is een veeg teken wanneer iemand uit uw directe omgeving u op vergeetachtigheid wijst, waarbij u zich van geen kwaad bewust bent. Wees achterdochtig wanneer een collega daar nu mee begint, die dit artikel ook heeft gelezen.

Tips voor de praktijk

  1. Maak je niet teveel zorgen over geheugenmissers.
  2. Neem functioneringsproblemen door subjectieve cognitieve beperkingen die niet zijn te objectiveren wel serieus en kies voor de juiste aanpak.

Auteur: drs. Jan D. Verhoeven

Lees ook

Verschil in cognitief verval tussen hoog- en laagopgeleiden bij veroudering
Ouder worden met korter slapen
Depressie, angst en het werkgeheugen


Bronnen:

Edmonds, E. C., Delano-Wood, L., Galasko, D. R., Salmon, D. P., & Bondi, M. W. (2014). Alzheimer’s Disease Neuroimaging Initiative. Subjective cognitive complaints contribute to misdiagnosis of mild cognitive impairment. Journal of the International Neuropsychological Society, 20, 836-847.

Forbes, C. E., & Leitner, J. B. (2014). Stereotype threat engenders neural attentional bias toward negative feedback to undermine performance. Biological Psycholy, 102, 98-107.

Studer, J., Donati, A., Popp, J., & Gunten, A. von (2014). Subjective cognitive decline in patients with mild cognitive impairment and healthy older adults: Association with personality traits. Geriatrics and Gerontology International, 14, 589-595.

Balash, Y., Mordechovich, M., Shabtai, H., Giladi, N., Gurevich, T., & Korczyn, A. D. (2013). Subjective memory complaints in elders: Depression, anxiety, or cognitive decline? Acta Neurologica Scandinavica, 127, 344-350.

Schmand, B., Jonker, C., Geerlings, M. I., & Lindeboom, J. (1997). Subjective memory complaints in the elderly: Depressive symptoms and future dementia. British Journal of Psychiatry, 171, 373-376

Flak, M. M., Hernes, S. S., Skranes, J., & Løhaugen, G. C. (2014). The Memory Aid study: Protocol for a randomized controlled clinical trial evaluating the effect of computer-based working memory training in elderly patients with mild cognitive impairment (MCI). Trials, 15, 156.