Slechter concentreren geeft meer pijn

Slechter concentreren geeft meer pijn

Wetenschappelijk onderbouwde expertises met adviezen Activerende begeleidingen naar werkhervatting Cursussen rondom ziekteverzuim

Slechter concentreren geeft meer pijn

slechter concentreren geeft meer pijn

Ons brein bevat een mechanisme wat voorrang geeft aan slecht nieuws en bedreigingen. Jarenlang genieten van oliebollen, maar daar één keer ziek van worden, kan het genoegen voor de rest van je leven verpesten. Duizenden keren is het goed gegaan in het verkeer, maar één botsing zorgt ervoor dat je niet meer in de auto stapt. Pijn wordt (gewoonlijk) ook als bedreigend ervaren, trekt daarmee de aandacht naar zich toe, met als gevolg dat het niet mogelijk is om je te concentreren en om met aandacht waar te nemen. Echter, er zijn steeds meer aanwijzingen dat wat betreft pijnwaarneming en concentratie de causaliteit anders verloopt. Een verminderd vermogen om met aandacht waar te nemen, zorgt voor een hogere pijngevoeligheid.

Concentratie, ofwel met aandacht waarnemen, vereist vooral ook de competentie om irrelevante stimuli te negeren. In het dagelijks leven wordt ieder mens voortdurend bestookt met prikkels uit de omgeving, uit het eigen lichaam, maar ook uit het brein. Als je erop let, neem je wél het autoverkeer buiten waar, voel je het contact van je voeten met de bodem of word je herinnert aan een vervelende situatie. Er is voortdurend een overvloed aan prikkels, die kunnen concurreren met de taak waar we onze aandacht op willen richten. In neuropsychologisch onderzoek bestaan testen waarmee vastgesteld kan worden in hoeverre personen in staat zijn tot inhibitie (onderdrukken) van automatische reacties op aangeboden prikkels. De Stroop-taak is een veel gebruikte test om dit te onderzoeken. Deze test wordt dan ook ingezet om inzicht te krijgen over de relatie tussen cognitieve functies en pijnwaarneming.

Experimenteel onderzoek heeft bevestigd dat een gunstige score op de Stroop-taak wat betreft het vermogen om responsen te onderdrukken, een cruciale determinant is van pijngevoeligheid. Hoe beter de aandachtsfuncties en het vermogen om prikkels te onderdrukken, des te lager de pijngevoeligheid. Dat vormt een aanwijzing dat mensen in staat zijn om actief hun pijnervaring te verbeteren en te controleren. Minder pijn voelen kun je dan ook trainen. De gedachte om zelf invloed op de situatie te kunnen uitoefenen (hoge interne locus of controle), kan het verschil vormen tussen wel of geen pijn voelen. Dat vereist wel dat de aandacht dan niet op de pijn, maar extern wordt gericht. Het advies om bij een pijnlijke behandeling door de tandarts je aandacht op je grote teen te richten, kan dan ook een goede pijnstiller zijn. In relatie tot psychische klachten wordt de selectiviteit van aandacht geduid als de ‘attention bias’.  Depressie kenmerkt zich door het onvermogen om negatieve gedachten te onderdrukken en bij een angststoornis is men niet in staat de (vaak irrationele) bedreigende omstandigheden te negeren.

In de dagelijkse praktijk verdient het aanbeveling om de uitspraak: ‘Ik kan me niet concentreren omdat ik teveel pijn heb’, om te buigen. Personen die niet met aandacht waarnemen en minder geconcentreerd werken, zullen meer pijn ervaren. Het versterken van de aandachtsfuncties door training zal dan ook leiden tot minder pijn. In relatie tot het functioneren in het werk is het van belang om betrokkene taken uit te laten voeren, die alle aandacht opeisen. Dan heb je gewoon geen tijd om aan de pijn te denken.

Tips voor de dagelijkse praktijk

  1. Voorkom omstandigheden waarbij alle aandacht naar de pijn kan uitgaan.
  2. Bied personen met pijnklachten werkzaamheden die aandacht en concentratie vereisen.

Auteur: drs. Jan D. Verhoeven

Lees ook

Depressie, angst en het werkgeheugen
Met pijn aan het werk
Cannabis en cognitieve problemen


Bronnen:
Harlé, K. M., Shenoy, P., & Paulus, M. P. (2013). The influence of emotions on cognitive control: Feelings and beliefs-where do they meet? Frontiers of Human Neuroscience, 7, 1-16.

Kalisch, R., Wiech, K., Herrmann, K., & Dolan, R. J. (2006). Neural correlates of self-distraction from anxiety and a process model of cognitive emotion regulation. Journal of Cognitive Neuroscience, 18, 1266-1276.

Legrain, V., Crombez, G., & Mouraux, A. (2011). Controlling attention to nociceptive stimuli with working memory. Public Library of Science One, 6, 1-9.

Oosterman, J. M., Dijkerman, H. C., Kessels, R. P., & Scherder, E. J. (2010). A unique association between cognitive inhibition and pain sensitivity in healthy participants. European Journal of Pain, 14, 1046-50.

Verhoeven, K., Damme, S. van, Eccleston, C., Ryckeghem, D. M. van, Legrain, V., & Crombez, G. (2011). Distraction from pain and executive functioning: an experimental investigation of the role of inhibition, task switching and working memory. European Journal of Pain, 15, 866-873.