Tinnitus: ons ‘overactieve’ brein

Tinnitus: ons ‘overactieve’ brein

Wetenschappelijk onderbouwde expertises met adviezen Activerende begeleidingen naar werkhervatting Cursussen rondom ziekteverzuim

Tinnitus: ons ‘overactieve’ brein

tinnitus, ons overactieve brein

Tinnitus komt bij ongeveer 13% van de Nederlandse bevolking voor. Met name mannen boven de 45 jaar rapporteren vaker tinnitus gerelateerde klachten. Ongeveer 10% van personen met tinnitus ondervindt daar hinder van. Tinnitus kan met behulp van fMRI, onafhankelijk van de vraag of je daar wel of geen last van hebt, worden geobjectiveerd. Daaruit blijkt dat de relatie tussen de intensiteit (loudness) van tinnitus en de mate dat je daar last van hebt (tinnitis related distress) zwak is.

Tinnitus laat zich omschrijven als ‘de waarneming van geluid enkel als gevolg van activiteit in het zenuwstelsel zonder dat hier een corresponderende externe prikkel aan te pas komt’. Deze definitie van tinnitus staat haaks op het beeld dat vroeger werd geschetst. In het verleden werd tinnitus namelijk direct gerelateerd aan schade aan het betreffende oor. Tegenwoordig weten we echter dat bij tinnitus een externe prikkel (ofwel geluid) geen enkele rol speelt, maar dat een verhoogde activiteit van het zenuwstelsel zorgt voor de waarneming van geluid. We kunnen dan ook spreken van ‘fantoomgeluid’. Het geluid dat wordt waargenomen varieert van zoemen, piepen, trillen tot suizen en wordt vaak omschreven als een vervelend, aanhoudend geluid. Tinnitus komt vaak voor in combinatie met doofheid en met hyperacusis, ofwel een versterking van omgevingsgeluid in ons gehoorsysteem.

Tinnitus kan bij een ieder van ons worden opgewekt. Reeds in onderzoek van Heller en Bergman (1953) werd aangetoond dat normaalhorende mensen in een compleet stille ruimte al na een kwartier piepende of zoemende geluiden rapporteren. Ook met de inname van een erg hoge dosering aspirine ‘is succes verzekerd’. Het feit dat tinnitus is uitgelokt, wil vervolgens niet zeggen dat het ook om diezelfde reden blijft bestaan. Een gebrek aan gewenning in combinatie met een toenemende aandacht voor de sensatie, vormt een belangrijke onderhoudende factor. Het principe van conditionering kan er bij tinnituspatiënten voor zorgen, dat de waarneming van deze niet-bestaande geluiden aanwezig blijft. Omdat de tinnitus-ervaring als negatief wordt bestempeld, blijft deze sensatie onder de aandacht, met een chronisch tinnituslijden als gevolg.

Het ontkoppelen van de tinnitus-ervaring en de betekenis die betrokkene eraan geeft, vormt dan ook de basis voor de zogenaamde Tinnitus Retraining Therapy. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit ‘hertrainen’ goede resultaten oplevert; de tinnitus wordt niet meer bestempeld als een bedreigend signaal, waardoor de kans op waarneming van dit signaal afneemt. Tinnitus hoeft dan ook niet meer levensbepalend te zijn; aandachtverplaatsing en hertraining vormen aangrijppunten voor een succesvolle bestrijding.

Tips voor de dagelijkse praktijk

  1. Adviseer betrokkene een geluidsarme en stille omgeving te vermijden; het opzoeken van geluid om de aandacht te verplaatsen en de tinnitus te maskeren is veel zinvoller!
  2. Het is van cruciaal belang dat betrokkene zich bewust wordt van zijn of haar reactie en gemoedstoestand ten gevolge van de tinnitus. Ga hier dus op in!

Auteurs: drs. Erik Rutgers en drs. Jan D. Verhoeven

 

Lees ook

ADHD en de heilzame werking van een stimulerend middel
Mysterieuze verlammingen: conversie en nagebootste stoornissen
Visusproblemen door nekklachten na whiplash


Bronnen:
Heller, M. F., & Bergman, M. (1953). Tinnitus aurium in normally hearing persons. Annals of Otology, Rhinology, and Laryngology, 62, 73-83.

Jastreboff, P. J., & Hazell, J. W. P. (2004). Tinnitus Retraining Therapy: Implementing the Neurophysiological Model. Cambridge: Cambridge University Press. NIPO (2002). Rapport Tinnitus: Bekendheid en beleving van oorsuizen. Amsterdam: NIPO.

Ueyama T, Donishi T, Ukai S, Ikeda Y, Hotomi M, Yamanaka N, Shinosaki K, Terada M, Kaneoke Y. Brain regions responsible for tinnitus distress and loudness: a resting-state FMRI study. Public Library of Science One, 8, 1-7.

Wallhäusser-Franke, E., Brade, J., Balkenhol, T., D’Amelio, R., Seegmüller, A., & Delb, W. (2012). Tinnitus: distinguishing between subjectively perceived loudness and tinnitus-related distress. Public Library of Science One, 7, 1-12.